Delf mijn gezicht op




“Laat mij je gezicht zien,
laat mij je stem horen,
want je stem is zo mooi, je gezicht zo lieftallig!”
(Hooglied 2,14b)


In sommige delen van Nederland wordt over enkele dagen carnaval gevierd.
In de winkels zie je nu allerlei bonte figuren, clowns, die je toelachen, maskers van verschillende soorten, allerlei kostuums die je kunt kopen of huren.
Het is een uitbundige tijd van uitgelaten feesten, even uit je dak kunnen gaan. De ernst van alledag achter je laten en even iemand anders kunnen zijn.
Een kostuum mogen kiezen dat bij je past, dat tot uitdrukking brengt wie of wat je graag zou willen zijn. Soms achter een masker, anoniem. Het mag even.
Het leven van de andere kant zien en weten te relativeren. Heerlijk.
Je kunt er op verschillende manieren over denken en ernaar kijken. Maar het heeft wél iets met het leven te maken: gewoon gelukkig willen zijn; het leven als een feest ervaren, samen met anderen.
Natuurlijk is het dat niet altijd. En toch…
Wikipedia weet ons te vertellen: “De oorsprong van ‘carnaval’ moet waarschijnlijk gezocht worden in het Italiaanse carne levare, het 'opheffen/wegnemen van het vlees'. …Van oudsher is carnaval een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de vastentijd, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke. …De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens tot bezinning op de christelijke kernwaarden.
Terwijl carnaval eindigt op aswoensdag – begint op die dag de veertigdagentijd die ons wil helpen ons voor te bereiden op hét feest van het leven: Pasen.
Carnaval en veertigdagentijd liggen in elkaars verlengde. Carnaval geeft je tijdelijk de mogelijkheid om je te verkleden, maskers te dragen om even die te kunnen zijn die je wilt zijn. De veertigdagentijd nodigt je uit, je maskers die je in je alledaagse leven draagt of moet dragen, maskers waarachter je werkelijk gezicht verborgen is, af te leggen, om tot jezelf te komen door je ware gezicht te ontdekken en durven laten zien.  Het is een tijd die je uitnodigt, niet alleen tijdens de carnaval die te zijn die je wilt zijn. En dat je geen maskers nodig hebt om jezelf te kunnen zijn.
Na de uitbundige en losbandige tijd van feesten neemt de veertigdagentijd je mee naar een sobere tijd van vasten. Het is een tijd van creatieve ont-prikkeling: vasten van elk ‘teveel’ aan prikkels. Dat kan voor ieder van ons verschillend zijn: teveel tv, teveel internetten, teveel eten, teveel zelfmedelijden, teveel werk, teveel bezorgdheid … Het is een mogelijkheid die ons geschonken wordt om tot méér leven te komen en ons kan brengen naar onze eigen innerlijke bron van waaruit we kunnen leven.
Ik wens ons allen toe dat we ons deze tijd gunnen. Dat wij vasten van lawaai en ruis en elk ‘teveel’ om ruimte vrij te maken voor stilte en luisteren naar wat er echt toe doet in ons leven.
De veertigdagentijd, een tijd van retraite in het dagelijks leven voor iedereen. Het kost niet veel, alleen een beetje tijd, en moed om het te wagen: een stukje de woestijn in te gaan, wat confronterend kan zijn. En tegelijkertijd openbarend: het brengt je diepste zelf tevoorschijn:

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert, zal mij vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
ogen die tasten in den blinde,
harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan
en leven bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
(Huub Oosterhuis)


Reacties